Trainingslocatie:
Broeklanderdijk 1a
Raalte

Postadres:
Hondenschool De Lijn
Baarskolk 42
8017NB Zwolle

Telefoon: 06-2068 6753

E-mail: info@delijnraalte.nl

IBAN: NL76RABO0120215055

kindenhond

Algemeen
Wanneer we besluiten een hond 'erbij' te nemen, hebben we hoge verwachtingen en de beste bedoelingen. De hond wordt een echte kameraad voor onze kinderen en het hele gezin zal de hond liefde en fijn gezelschap geven. Het leukste is dat iedere levensfase van een kind een andere dimensie aan de relatie geeft.
 
Honden zijn echter geen speelgoed, al valt er met de juiste omgangsregels veel plezier met ze te beleven. Als kinderen die regels begrijpen, zijn ze prima in staat verantwoord met een hond om te gaan. Het moet ze alleen wel geleerd worden.
 
De meeste kinderen kennen wel een echt heel lieve hond uit de buurt. En wij leren onze kinderen om niet bang te zijn voor honden door ze aan te moedigen een onbekende hond te aaien. Daardoor overzien kinderen niet precies waar ze mee bezig zijn.
 
“Onze hond vindt alles goed van de kinderen, hij is een echte schat”. Hoe vaak hoort men dat niet zeggen. Er zijn van die alleraardigste honden die alle mensen als hun vriendje beschouwen. Ze kwispelen niet alleen met hun staart maar met hun hele lijf. Ze zijn niet tot nauwelijks waaks in huis, staan vriendelijk toe te kijken hoe een vreemde het tuinpad op komt en laten zich door Jan en Alleman aaien. Kinderen vinden ze schattig.
Er zijn honden die zich werkelijk alles van kinderen laten welgevallen. Dat kan gaan van aanrakingen, die andere honden echter bedreigend zouden vinden, tot hele verkleedpartijen waarbij de hond - uiteraard vooral de kleinere rassen - als een pseudo-baby in een poppenwagentje heen en weer wordt gereden. Maar niet alle honden kunnen dit doorstaan zonder in de stress te raken. Ook daarom is het beter kinderen uit te leggen wat wel een verantwoorde manier is om met een hond om te gaan. Zo voorkomt men onnodige wederzijdse frustraties en ongelukken.
 
Probleemherkenning relatie kind/hond
In de helft van het aantal ongelukken met kinderen en in één-derde van de bijtgevallen bij volwassenen noemde men de aanval onverwacht en had men het gevaar dus niet onderkend. Men ziet of (her)kent de signalen niet. Het is blijkbaar moeilijk te zien welke omstandigheden voor een hond bedreigend zijn.

Waar de mens een vriendelijk uitgestoken hand om de hond te aaien bijvoorbeeld als niet beangstigend beschouwt, kan de hond hierover een geheel andere mening hebben. Het is blijkbaar ook moeilijk om te zien dat een hond verward is, gespannen raakt of zich opwindt. Toch laat een hond - al is het misschien slechts kort - signalen zien van het feit dat hij onder druk staat.
 
Stresssignalen die op een verhoogde spanning/waakzaamheid duiden zijn onder andere:
  • uitschudden
  • voorpoot optillen (jachthouding)
  • telkens de tong een beetje uitsteken
  • verstarren.
Signalen die men vaak niet waarneemt maar die wel op angst - wat tot noodweeragressie kan leiden - wijzen zijn onder andere:
  • Oren naar achteren, staart laag, bek open, je ziet de kiezen, de hond kruipt in elkaar
Het verstarren van het lijf en het strak aankijken zijn zeer sterke signalen dat een hond kan gaan bijten.

Grommen is natuurlijk ook een waarschuwing, maar deze wordt meestal wel begrepen, uitgezonderd door zeer jonge kinderen.
 
Hoe kun je zien dat er echt een probleem tussen je hond en je kind bestaat, ook als hij niet gromt of zijn lippen optrekt?
  • de hond kijkt 'hautain' de andere kant op als het kind hem aait, in plaats van de aanraking met een lik of ontspannen gekwispel te beantwoorden
  • de hond ontwijkt het kind zoveel mogelijk
  • de hond negeert het kind als het thuiskomt en ook 's morgens bij het opstaan
  • de hond verstart als het kind naar hem toekomt of als het kind hem aait
  • de hond staart het kind strak aan. Dit is een zeer gevaarlijke situatie: je moet onmiddellijk ingrijpen. Leidt de hond af om verdere escalatie te voorkomen.
Eerst een hond, nu een baby
Wanneer men eerst een hond heeft en pas dan in verwachting raakt, kan men de hond voorbereiden op de komst van de baby. Daarmee voorkomt men problemen in de relatie tussen beide. Wanneer de hond de voor hem negatieve veranderingen zou koppelen aan de komst van de baby, dan komt dit zijn houding ten opzichte van het kind natuurlijk niet ten goede.
 
Zorg allereerst dat je hond zeer goed onder appèl staat. Dat betekent dat hij onmiddellijk gehoorzaamt op de commando’s “zit”, “af”, “hier” enzovoort.
De hond moet op jouw commando “af” of “plaats” ook langere tijd kunnen blijven liggen. Wanneer je dit regelmatig oefent en toepast, al vóór de geboorte van de baby, dan is je hond er al aan gewend dat hij soms naar zijn plaats wordt gestuurd en daar moet blijven liggen.
 
Het beste kun je als 'plaats' van de hond een kamerkennel (bench) gebruiken. Deze kan worden afgesloten zodat je, wanneer de hond in de afgesloten kennel ligt, veilig even je aandacht kunt laten verslappen.
Het is belangrijk de hond voor de komst van de baby op een positieve manier aan de kennel te laten wennen, zodat de hond niet de negatieve associatie kan leggen tussen de komst van de baby en de beperking van zijn vrijheid! (Lees ook: de bench)
 
Bedenk van te voren of er dingen zijn die de hond nu wel mag en straks, als de baby er is, niet meer. Voorbeeld: hij mag nu altijd bij je op schoot springen, hij mag nu in de babykamer komen en als de baby er is wil je dat niet meer. Als zulke veranderingen voorspelbaar zijn, voer die veranderingen dan al ruim te voren in.
 
Wanneer je gewend bent de hond de hele dag door aandacht te geven, bouw dan deze relatie van voortdurende aandacht en afhankelijkheid geleidelijk wat af. Leer de hond om ontspannen alleen te kunnen zijn en zich ook in zijn eentje een tijdje te kunnen vermaken.

Laat de hond alvast wennen aan de kinderwagen.
 
Eerst een baby, nu een hond
Heb je al een baby en besluit je een hond te nemen, dan ligt het allemaal even anders.
Je kunt je baby niet voorbereiden op de komst van een hond.
Het is belangrijk je te realiseren dat een baby zich misschien op sommige punten net als een pup gedraagt, maar dat er voor de rest een hemelsbreed verschil is:
  • pups gooien zich op de rug als ze zich bedreigd voelen, baby's liggen altijd op hun rug
  • pups die zich overgeven liggen heel stil, baby's spartelen, of ze nu blij of ongelukkig zijn
  • hoe ellendiger baby's zich voelen, hoe harder ze krijsen en hoe meer ze spartelen; pups daarentegen liggen doodstil.
Het is verstandig de hond op neutraal terrein kennis met de baby te laten maken. Dus de hond niet meteen in de babykamer, bij de wieg of de babybox brengen.
De baby mag nooit in de mand of bij de plaats van de hond neergelegd worden.
Als de baby slaapt, kun je de hond laten ruiken aan de kleertjes die het kindje heeft gedragen en dan meteen iets leuks met hem doen. Dus snuffelen aan een babytruitje > een lekkere kluif, of snuffelen aan babytruitje > mee uit. Datzelfde doe je ook met de baby erbij.
 
Het is heel belangrijk dat een baby voor de hond het signaal tot iets plezierigs is en niet geassocieerd kan worden met dingen die de hond niet leuk vindt.
Je kunt dus beter niet eerst de baby halen en de hond dan zonder kluif op zijn plaats sturen. Mooier is de hond op zijn plaats leggen, de baby halen en dan de kluif geven. In dat laatste geval zal de hond natuurlijk al behoorlijk wat oefeningen geleerd moeten hebben, wat vaak bij een nieuwkomer nog niet het geval is.
 
Heel belangrijk is je hond aandacht te geven juist als de baby erbij is. Dit betekent dus dat je niet, als de hond zeurt, de hond met boze stem op zijn plaats moet sturen of wegduwen of nog erger even in een andere kamer zetten als je met de baby bezig bent. Terecht zal een hond dan zo'n baby niet echt aardig vinden; een baby betekent immers buitengesloten en weggestuurd worden. Dat vindt geen hond leuk!
Wen de hond zo snel mogelijk aan een bench door aan het verblijf alleen maar leuke dingen te verbinden. Leer het hem spelenderwijs.
 
Gebruik een bench nooit als straf (wat overigens ook geldt voor de normale eigen plaats van de hond). Dan kun je hem later, als je even geen oog op hem kan houden, een plek geven waardoor zowel kind als hond veilig is. Inderdaad, ook de hond heeft een veilige plek nodig, want (iets grotere) kleine kinderen gaan soms wat te ver in hun onderzoekingsdrang.
 
Peuters/kleuters en een hond
Als een kind net redelijk kan lopen en nog niet naar school gaat, hebben de ouders hun handen vol. Op die leeftijd staat zo'n kind bol van onderzoekings/ontdekkingsdrang. Alles is spannend en moet onderzocht worden, inclusief de grenzen van hun mogelijkheden en eveneens die van hun ouders.
 
Zo ervaart de hond dat ook; peuters vallen over je heen, prikken met hun vingers in je neus, trekken zich aan je vacht op, kruipen slaperig in je mand, pakken al je speelgoed.
Kortom, een hond en een peuter is een gevaarlijke combinatie. Een hond reageert zonder inzicht of begrip te hebben voor dat wankelende mensenkind. Hij reageert zoals hij dat vanuit zijn hond-zijn moet: puur natuur, maar wel gevaarlijk.

Honden reageren op onaangename zaken door ze te ontwijken. Lukt dat niet dan zullen ze grommen en als dat ook niet helpt zullen ze bijten.
Een klein kind begrijpt het waarschuwingssignaal echter niet en kruipt of loopt door richting hond. De hond staat op, alert en klaar om in te grijpen. Hij trekt zijn lip op, het kind gaat nietsvermoedend verder. De hond voelt zich nu zeer bedreigd en valt uit.
Doordat een hond die eigenlijk bang is, naar het dichtstbijzijnde lichaamsdeel bijt zal juist het gezichtje of hoofdje van het kind gepakt worden. Dat is dus niet omdat de hond gericht naar het gezicht grijpt, zoals vaak gedacht wordt.
 
Kinderen gedragen zich niet als ondergeschikte honden.
Wanneer een hond een andere hond corrigeert, kan deze de aanval stoppen door zich over te geven. Hij staat stil en buigt het hoofd naar beneden.
Maar kinderen gedragen zich totaal anders: ze gillen, krijsen en spartelen.
In de ogen van een hond is dat afwijkend gedrag en móet hij doorgaan met bijten. Met alle afschuwelijke gevolgen van dien.

Peuters zijn niet in staat een hond te zien als hond, ze zien hem als speelgoed. Ze willen zo'n hond niet alleen aanraken, maar ook stijf vastklemmen.
Voor honden zijn peuters wezentjes met te veel handjes en betekenen dan ook voor hen ware nachtmerries.
Breng je een pup in huis dan is het allemaal niet zo moeilijk. Als je er maar voor zorgt dat je peuter zich niet op dat kleine hondje stort of onbeheerst begint te krijsen, dan komt het allemaal best wel goed.

Bij een volwassen hond ligt dat wel even anders. Dan is een eerste indruk heel bepalend voor het verloop van de relatie. Een hond en een kind met elkaar laten kennismaken kan het beste in het bijzijn van twee personen gebeuren. De één zorgt ervoor dat de hond niet te wild doet en de ander begeleidt het kind. Maak hierbij gebruik van de regels die van belang zijn in de relatie tussen hond en kind.
 
Het schoolkind
Omgang en kennismaking van hond met een iets ouder kind zal niet anders zijn dan bij de peuter/kleuterleeftijd.
Kinderen van iets oudere leeftijd uiten vaak de behoefte aan een eigen hond. Ze willen iets van zichzelf hebben. Om ervoor te zorgen, te knuffelen en hun diepste geheimen mee te delen. Ze beloven dan ook plechtig het dier zelf uit te laten en te verzorgen. Ze kunnen ook wel wat meer verantwoordelijkheden aan, ze hebben vaak al vaste taakjes als het opruimen van de eigen kamer inclusief hun bed opmaken en helpen met de afwas. Door hen onder toezicht ook de zorg over een hond te geven neemt hun verantwoordelijkheidsgevoel en zelfvertrouwen toe.
 
Neem echter nooit een hond in huis omdat het zo leuk is voor het kind.
 
De jongsten in deze leeftijdsgroep kunnen de hond ook spelenderwijs leren naar hen te luisteren door een volwassene te vragen de hond een bepaalde opdracht te geven, waarna het kind de hond beloont. Is de hond niet te sterk voor het kind dan kan een uitje het ijs al snel breken. Uiteraard wandel je altijd mee om niet voor onverwachte problemen als uitvallen naar honden en/of mensen te komen staan.
 
Het is zaak de vriendjes van kinderen van deze leeftijd goed in de gaten te houden. Misschien weten zij niet hoe ze met een hond moeten omgaan en zouden daardoor domme dingen kunnen doen. Waar men ook rekening mee moet houden is dat kinderen van deze leeftijd graag iets doen wat niet mag. Heb je bijvoorbeeld een angstige hond en zeg je tegen een vriendje dat hij de hond met rust moet laten en hem vooral niet aan moet kijken, dan loop je de kans dat dat vriendje dit nu juist wel zal doen. Om te kijken wat er dan gebeurt of gewoon om een beetje te pesten. Want niet alle kinderen zijn altijd even aardig tegen dieren; soms reageren ze hun frustraties op hen af. Of ze willen flink doen tegenover hun vriendjes.
Altijd in de gaten houden dus!
 
Tieners en hond
Jonge mensen kunnen echt heel diep beseffen dat een hond een dier met gevoel is, met een eigen identiteit en unieke eigenschappen. Deze leeftijdsgroep wil vaak ook echt alles van honden weten en verdiept zich via bibliotheek en andere informatiebronnen echt in zijn afkomst, mogelijkheden en opvoeding.
 
Het is heel belangrijk dat een jongere van deze leeftijd niet overbelast wordt door de zorg voor zijn hond. Ze kunnen het allemaal prima aan en zullen dat ook graag doen, mits ze er niet aan worden opgehangen. Hun school vraagt veel energie, ze zitten met zichzelf in de knoop en hun vriendschappen zijn van het grootste belang, evenals hun liefdesverdriet.
Het is verstandig goede afspraken te maken over de verzorging van de hond en het kind de ruimte en veiligheid te geven om hulp te vragen als hij even echt geen tijd heeft.
 
Op deze leeftijd kan de kennismaking redelijk zonder zorgen verlopen. De jonge mens lijkt qua uiterlijk meer op een volwassene en heeft zijn emoties en lichaamstaal wat gemakkelijker in de hand.
 
Gedragsregels kind-hond relatie
  • Een kind moet de hond niet strak aankijken. Daar houdt hij niet van. Fixeren is namelijk vrijwel altijd een bedreiging die het begin van een gevecht kan inhouden. Daarom zijn honden juist extra alert bij mensen die bang zijn voor honden. Zij staren de hond vanuit hun angst aan om hem in de gaten te houden en juist die blik verontrust de hond. Je kunt dat heel goed uitleggen aan het kind met het mensenspelletje 'wie het langste kan aankijken, wint'.
  • Niet over de hond heen hangen, geen wilde gebaren maken of schreeuwen van plezier/angst. Over de nek heen hangen is voor een hond meestal een zeer bedreigende situatie. Zo worden ze ook bedreigd of overheerst door soortgenoten, wat makkelijk tot een vechtpartij kan leiden. Juist kinderen hebben de neiging dit te doen en hem stevig vast te houden in een haast wurgende greep. Leg uit dat de hond pijn kan hebben en zich verdrietig kan voelen. Vertel dat hij het eng vindt om stijf vastgehouden te worden en bang wordt van gillende kinderen, helemaal als die ook nog rennen. Een voor het kind begrijpelijk voorbeeld is “Hoe zou jij het vinden als iemand je héél stijf vast zou pakken? Of als er allemaal kinderen die je niet kent en die een spelletje spelen dat jij helemaal niet snapt, heel hard gillen en om je heen gaan rennen; zou je dat ook niet heel eng vinden?”
  • Als de leeftijd van het kind dat toelaat, dan is het handig het te leren de hond op de borst te aaien en niet over de hals of over de kop. Daarnaast moet het aaien met één hand te gebeuren, met de handpalm naar beneden en ontspannen vingers.
  • Begin met het kind een paar keer wat lekkers aan de hond te laten geven, liefst door het eerst in zijn buurt op de grond te laten vallen. Dat geeft de gelegenheid te bekijken of de hond het lekkers snel en ongecontroleerd oppakt of dat hij dit voorzichtig en beheerst doet.
  • Leer je kind niet naar een hond toe te lopen, al helemaal niet als hij in zijn mand ligt. Of als hij het kind niet makkelijk kan ontwijken. Laat de hond liever naar het kind toekomen als het iets leuks met hem wil gaan doen.
  • Zeg dat de hond een lage rustige stem prettiger vindt dan een hoge, luide stem en dat rustige bewegingen hem kalmeren. Honden houden niet van stoeien. De onderlinge schermutselingen/spelletjes van honden zijn bedoeld om elkaars zwakke punten te leren kennen. Het stoeien van kinderen gaat gepaard met hoog gegil en dat klinkt voor honden als gekerm. Daar snapt hij niets van. Het spel is blijkbaar ontaard in een heuse vechtpartij en dat komt binnen een bestaande roedel niet voor, tenzij er een strijd is om de macht. Daarbij houdt de vechtpartij niet op, ondanks het gekerm. Is er misschien sprake van gestoord gedrag binnen de roedel? Het is hoogst verontrustend voor de hond en in veel gevallen zal hij een van de stoeiende personen bijten om de rust te doen weerkeren.
  • Vertel dat een hond een wegrollende bal niet afpakt om te pesten, maar omdat hij denkt dat het een haas is waarop hij graag wil jagen. Honden zijn jagers en daardoor ingesteld op het ontdekken en vervolgens achtervolgen en vangen van bewegende objecten (jachtdrift.) Snelle bewegingen maken een hond dan ook alert en gespitst op actie. Daarom vormen rennende en gillende kinderen een gevaarlijke situatie in aanwezigheid van een hond. Daarom rennen honden achter snel bewegende voorwerpen als ballen aan, maar ook achter joggers en fietsers.
  • Een peuter mag nooit in de buurt van een etende of slapende hond komen! Gestoord worden zonder vluchtzone is iets wat veel honden opbreekt. Een eigen ligplaats is vaak gesitueerd tegen een muur of in een hoek. Wanneer op die momenten een kind of een persoon die de hond niet leuk of zelfs eng vindt, hem nadert, kan de hond geen kant meer op. Hij gromt waarschuwend- stop! Een volwassene zal de hint begrijpen en afdruipen, een kind niet.
  • Geef je peuter al kleine verantwoordelijkheden. Peuters vinden het leuk om iets voor hun hond te doen. Laat ze daarom kleine karweitjes opknappen zoals zijn waterbak afwassen en vullen met lekker fris water. Als je je hond vlak daarvoor droogvoer gegeven hebt zal hij enthousiast drinken. Dat vindt het kind leuk. Een peuter mag de hond wel in jouw aanwezigheid het voer in zijn bak geven, maar moet hem daarna rustig laten eten. Speeltjes verstoppen en de hond die laten opzoeken, waarna het kind de hond wat lekkers geeft is ook een mogelijkheid voor de wat oudere peuter. Door een kind iets te laten doen wat een hond prettig vindt, wordt hun relatie beter.
  • Laat je kind de hond geen opdrachten geven die de hond niet perfect uitvoert omdat hij ze nog niet goed beheerst. Kinderen staan fysiek altijd machteloos tegenover een hond en vaak ook psychisch. Een kind mag een opdracht nooit afdwingen.
  • Blijf altijd in de buurt van peuter en hond en let goed op de lichaamstaal van de hond.
Laat kinderen en de hond dus nooit alleen!!!
advies